EHBO weetjes en feiten

Wist je dat vuurrood

faq

Hieronder staan de meest voorkomende begrippen, weetjes en feiten uit de EHBO branche. Kennis is weten.
De vaak gestelde vragen kun je bij FAQ bekijken.

Rautek:  Noodvervoersgreep waarmee een slachtoffer van een ongeval naar een veilige plek kan worden gebracht.
Kinlift:  Je controleert zo de ademhaling door de luchtweg vrij te maken.
Melden 112:  Melden aan de hulpdiensten; Wie, Waar, Wat.
Stabiele zijligging:  Door het slachtoffer zo neer te leggen blijft de luchtweg vrij en kan het slachtoffer niet stikken.
Hartstilstand / circulatiestilstand:  Het hart gaat heel snel en trekt ongecontroleerd samen, waardoor het bloed niet goed kan worden rondgepompt.
Gaspen:  Lijkt op ademhappen, maar is het niet! Gelijk reanimatie starten! Dit is een verschijnsel in de eerste paar minuten na een circulatiestilstand.
Reanimeren:  Het weer op gang proberen te brengen van de hartstilstand.
Borstcompressies:  Gebruik je bij reanimeren. Plaats de hiel van je hand op het midden van de borstkas en haak je andere hand in deze hand. Geef compressies van 5 tot 6 cm diep.
Beademen bij reanimatie:  Knijp de neus van het slachtoffer dicht en plaats de mond over de mond van het slachtoffer. Blaas 1 seconde rustig en regelmatig in, kijk of de borstkas omhoog komt. 2 beademingen per keer.
Geen effectieve beademing: Lukt het beademen niet? Controleer met de kinlift of de luchtweg vrij is.
Beademingsmasker:  Bescherming hygiëne tijdens beademen.
AED:  Automatisch Elektrische Defibrillator. Kan een schok toedienen aan slachtoffers waarbij het hart ongecontroleerd samentrekt.
Elektroden:  Geven de schok van de AED over op het lichaam. Bevestig ze op een ontblote borstkas rechts onder het sleutelbeen en links onderkant borstkas.
Hematoom:  Inwendige bloeding (ook wel blauwe plek).
Actieve bloeding:  Een ernstige uitwendige bloeding.
Aderbloeding:  Bloed stroomt ononderbroken uit de wond.
Slagaderbloeding:  Bloed komt pulserend uit de wond.
Ernstige bloeding:  Grote wond dat niet stopt met bloeden. Druk geven op de wond.
Wonddrukverband:  Bestaat uit een dekverband en een drukverband.
Dekverband/snelverband:  Bestaat uit een gaasje, witte watten en hydrofiel zwachtel.
Drukverband:  Bestaat uit synthetische watten en een ideaal zwachtel. Wordt verbonden over het dekverband heen.
Mitella of driekantendoek:  Geeft lichaamsdeel rust en steun.
Brede das:  Vouw een mitella tot een brede strook, de ondersteuning is bij de pols.
Shock:  Een tekort aan circulerend vochtvolume in het lichaam.
Cardiogene shock:  Resultaat van een slecht werkend hart.
Hypovolemische shock:  Onvoldoende circulerend bloedvolume.
Neurogene shock:  Bloedvaten verwijden door onvoldoende controle van de zenuwen van de bloedvaten.
Anafylactische shock:  Acute en hele ernstige allergische reactie op een lichaamsvreemde stof.
Insectensteken en beten:  Let goed op de plek waar is gestoken. Sommige insecten kunnen ziektes overbrengen.
Verschijnselen van shock:  Bleke of vale huidskleur, koud, klam en transpireren, slachtoffer bij bewustzijn is dorstig en onrustig, slap en krachtloos, verward en angstig en een verlaagd bewustzijn.
Onderkoeling:  Is een lagere lichaamstemperatuur dan voor een mens normaal is.
Brandwond:  Onthoud! Water, water, water, de rest komt later!!!
Eerstegraads brandwond:  De huid is rood, licht gezwollen en pijnlijk.
Tweedegraads brandwond:  Blaren of ontvelde huid en pijnlijk.
Derdegraads brandwond:  De huid is grauw/wit of zwart, voelt niet pijnlijk.
Elektrische verbranding:  Letten op een ingang en uitgang. Ook is er kans op inwendige verbranding of hartritmestoornissen.
Chemische verbranding:  De kleren en sieraden moeten worden verwijderd. Zorg dat bij het spoelen de chemische stof niet over de niet besmette huid loopt.
Metalline gaas:  Hiermee kan je de brandwond het beste verbinden.
Hoesten:  Zo probeert het lichaam de luchtweg schoon te maken.
Rugstoten:  Maximaal 5 slagen op de rug tussen de schouderbladen, controleer na elke slag of het voorwerp in verwijderd.
Buikcompressie:  Gebruik bij stikken. Voorheen ook Heimlich genoemd. Maak een vuist en plaats deze boven de navel, pak met de andere hand uw vuist vast. Trek krachtig naar je toe en omhoog zodat de obstructie zich verwijderd via de mond. Controleer naar elke compressie of het voorwerp verwijderd is. Maximaal 5 keer.
Haarvaten:  Kleine bloedvaatjes. Bloed sijpelt langzaam uit de wond.
Schaafwonden:  Oppervlakkig, maar pijnlijk. Schoonmaken met lauw water en ontsmet eventueel met een ontsmettingsmiddel.
Snij- en steekwonden:  Er kunnen onderliggende weefsels, zoals pezen, spieren en botten beschadigd zijn. Voorwerpen laten zitten en fixeren.
Scheurwonden en bijtwonden:  Rekening houden met infectiegevaar. Vraag advies aan professionele hulp.
Amputatie:  Het is mogelijk dat de wond in het begin niet erg bloed. Leg een wonddrukverband aan op de wond en doe het geamputeerde lichaamsdeel met steriel verband in een plastic zak en plaats deze in een tweede zak geheel gevuld met ijs. Laat het lichaamsdeel niet in contact komen met ijs.
Botbreuk, factuur:  Er zijn open, gesloten en gecompliceerde botbreuken. Spalk de breuk en bel 112 of ga als dat mogelijk is zelf naar het ziekenhuis. Bij een open botbreuk de wond afdekken met een steriel gaasje.
Wervelletsel:  Hou het hoofd onbewegelijk en laat het slachtoffer zich zo stil mogelijk houden.
Ziektebeeld:  Verzameling kernmerken waardoor diegene die het ziektebeeld heeft zich onderscheid van gezonden.
Diabetes:  Suikerziekte.
Hyperglycemie:  Te hoge bloedspiegel.
Hypoglycemie:  Te lage bloedspiegel.
Epilepsie:  Bepaalde typen aanvallen ontstaan in de hersenen.
Beroerte:  Verschijnselen: krachtverlies/verlamming, spraakverlies, dubbelzien, duizelig en hoofdpijn.
Herseninfarct:  Een stolsel die het bloedvat afsluit waardoor de hersenen onvoldoende zuurstof krijgen.
Hersenbloeding:  Ontstaat door een scheurtje in een bloedvat van de hersenen.
Oogletsel:  Kan ontstaan door splinter van metaal, glas of hout, scherpe voorwerpen, vuil zand of chemische stoffen.
Kneuzing:  Een blauwe plek of zwelling.
Verstuiking:  Komt voor bij gewrichten. De omliggende kapsels zijn gescheurd, bekneld of opgerekt.
Flauwte:  Kort verlies van het bewustzijn.
Hersenschudding:  Lichte vorm van hersenletsel veroorzaakt door een val of klap op het hoofd.
Hersenkneuzing:  Komt voor wanneer het slachtoffer lange tijd bewusteloos is, aan geheugenverlies lijd en een verwarde indruk maakt.
Hyperventilatie:  Veel voorkomend bij angst of stress. Het is een te snelle ademhaling waardoor teveel kooldioxide uit het bloed onttrokken wordt.
Hittekramp:  De lichaamstemperatuur stijgt zo hoog dat het lichaam niet meer in staat is om af te koelen.
Hitte-uitputting:  Slachtoffer heeft veel last van hoofdpijn en duizeligheid, misselijk en braken, bleke huid en veel transpireren.
Hitteberoerte:  Het slachtoffer heeft een rode, droge huid, onrustig en heeft een snelle diepe ademhaling.
Vergiftiging:  Het slachtoffer heeft vergif binnen gekregen via de mond, huid of ademweg.
Allergieën:  Reactie van het immuunsysteem op lichaamsvreemde stoffen.

Volg direct een EHBO cursus

Eerstehulpinternationaal.nl biedt verschillende EHBO cursussen aan, waaronder:

• Levensreddend Handelen cursus(1 dag)
• Levensreddend Handelen aan Kinderen cursus(1 dag)
• Eerste Hulp EHBO cursus – Basis (1 dagen) en Herhaling (1 dag)
• Eerste Hulp EHBO cursus aan Kinderen – Basis (1 dagen) en Herhaling (1 dag)

Bekijk voor andere keurmerken de overstapmogelijkheden.